Pendanten zijn twee bij elkaar horende werken, gemaakt om samen getoond te worden. Dit kunnen meubels, vazen, beeldhouwwerken of ook schilderijen zijn.
In de bovengang van het museum hangt een selectie pendanten met echtparen als onderwerp. De schilder Jan Hendrik Fredriks maakt van hemzelf en zijn vrouw portretten, terwijl Barent Weingärtner zijn ouders op het doek vereeuwigt en Christiaan Martinus van Gennep zijn ouders. Vaak krijgen schilders opdracht om beide echtelieden te schilderen zoals Izaak Schouman. Sommige pendanten zijn later samengesteld: de schilderijen van man en vrouw zijn op een verschillend tijdstip gemaakt en soms niet eens door dezelfde schilder. Deze werken worden in de tijd zelf of later op eenzelfde manier ingelijst zodat ze een set vormen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het echtpaar Wildeman. Jan Ernst Wildeman is door de Berlijnse schilder J.J. Becker geschilderd en zijn vrouw door Willem Georg Frederik Heijmans.
Pendanten zijn van alle tijden maar met name vanaf ongeveer 1815 worden portretten van echtparen bij de gegoede burgerij zeer populair. Met uitzondering van het echtpaar Fredriks dateren de pendanten hier uit deze periode. In deze zogeheten Biedermeiertijd wordt het huiselijk leven gekoesterd: de aandacht richt zich op familie en huiselijke waarden. Het zelfbewustzijn van deze burgers blijkt uit de kostbare kleding en sierraden waarmee ze poseren en uit voorwerpen die hun status benadrukken.













