Beeldende kunst

15e eeuw

Kruisdragende Christus

Kruisdragende Christus

2e helft 15e eeuw - Brabant - h. 1220 mm

Dit beeld van een kruisdragende Christus is oorspronkelijk afkomstig uit de inventaris van de Grote of OLV Kerk van Breda. We nemen aan dat het afkomstig is uit een monumentaal, laatgotisch altaarretabel met passiescènes. Maar er zijn ook deskundigen die het als een op zichzelf staand sculptuur interpreteren.
Er bestaat de mogelijkheid dat dit beeld gerelateerd is geweest aan een van de kruisvereringen in de Grote Kerk. Momenteel wordt het tentoongesteld in de Kerkschat, de dependance van Breda's Museum in de Grote Kerk.

16e eeuw

Antoniusvarken

Antoniusvarken

16e eeuw

Het museum was van 1932 tot 1995 gevestigd in de voormalige Vleeshal, later Boterhal, aan de Grote Markt. Vandaar de inspiratie voor de vriendenvereniging om dit varkentje aan het museum te schenken. Het houten beeld heeft nog grotendeels de originele beschildering. Het is waarschijnlijk afkomstig uit Nijvel in België. Het varken heeft als attribuut van de Heilige Antonius ooit aan de voet van diens beeld gestaan.
Drieluik met Piëta en schenkers

Drieluik met Piëta en schenkers

16e eeuw - 955 x 1470 mm

Op het middenpaneel van dit altaarstuk is de Heilige Maagd afgebeeld met op haar schoot het lichaam van de gestorven Christus. De achtergrond stelt een landschap met de stad Jerusalem voor. Op de zijpanelen zijn de schenkers van het drieluik afgebeeld. Ze zijn geïdentificeerd aan de hand van de familiewapens boven hun hoofden. Op het linkerportret staat Adriane Monincx (overleden in 1504), de tweede vrouw van Joost heer van Dongen. Rechts is hun dochter Josyne geportretteerd.
Heilige Anna-te-Drieën

Heilige Anna-te-Drieën

ca. 1500 - h. 800 mm

De verering van de Heilige Anna bereikte in de late middeleeuwen haar hoogtepunt. Vooral de Anna-te-Drieën voorstellingen waren toen populair. Het boek in Anna's hand wijst op haar rol als opvoedster van haar dochter.
Dit beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Heilige Catharina

Heilige Catharina

ca. 1520 - h. 620 mm

Catharina was een koningsdochter uit Alexandrië. In de 4e eeuw liet keizer Maxentius haar martelen op een rad vanwege haar geloof. Een engel verhinderde dit, waarop de keizer haar liet onthoofden. De Heilige Catharina was patroonheilige van het Bredase Begijnhof. Rond 1500 is vlakbij het kasteel een nieuwe Catharinakerk gebouwd door de Begijnen. Die is afgebroken toen het Begijnhof in 1535 werd verplaatst naar de huidige locatie in de Catharinastraat. Dit beeld stamt waarschijnlijk van die kerk.
De martelares heeft haar vaste attributen bij zich: het rad waarop ze werd gefolterd en het zwaard waarmee ze werd onthoofd. Het figuurtje aan haar voeten is keizer Maxentius. Aan haar rechterhand draagt ze een ring die verwijst naar haar mystieke verloving met Christus.

Dit beeld is oorspronkelijk bont beschilderd en verguld geweest. De kleur van het gelaat is nog intact. Op het zwaard zijn nog sporen zichtbaar van motieven die in het verguldsel werden geponst.
Heilige Familie

Heilige Familie

2de helft 16e eeuw - [i]naar[/i] Jan van Hemessen - 1275 x 985 mm

Christus krijgt van zijn moeder een appel. Dit is een toespeling op de zondeval. Op de banderol die Johannes ophoudt staat Ecce Agnus Dei: Zie het Lam Gods. Deze tekst is een verwijzing naar het lijden en sterven van Christus waardoor de zonde werd overwonnen.
Heilige Hieronymus

Heilige Hieronymus

Retabel v.h. Heilig Sacrament van Niervaart

Retabel v.h. Heilig Sacrament van Niervaart

Circa 1535

Dit fragment van het Retabel van het Heilig Sacrament van Niervaart heeft jarenlang dienst gedaan als vensterluik. Het werd pas herontdekt in 1860; drie eeuwen nadat het retabel tijdens de Beeldenstorm van 1566 uit de Grote Kerk werd gesleept en in stukken werd gesmeten op straat. Een aantal overige panelen waren al in het begin van de 17e eeuw terugbezorgd op het stadhuis na een oproep van de Bredase magistraat.
Op dit paneelfragment is de aankomst van de Heilige Hostie in de Bredase haven voorgesteld ter hoogte van de Vismarktstraat. Het stuk is belangrijk omdat er nog een deel van de originele lijst aanzit én omdat het de oudste bekende afbeelding is van de toren van de Grote Kerk.
St. Anna-te-Drieën

St. Anna-te-Drieën

ca. 1500 - h. 720 mm

Grootmoeder Anna, moeder Maria en het Jezuskind vormen samen de voorstelling van Anna-te-Drieën. In de volksdevotie was dit onderwerp erg populair vanwege het familiekarakter. Het symboliseerde vruchtbaarheid en moederschap.
Dit beeld is vervaardigd in Brabant.
St. Christophorus

St. Christophorus

16e eeuw - 455 x 755 mm

Volgens de middeleeuwse legende was Christoffel een reus die zijn leven wilde wijden aan de machtigste heer op aarde. Hij merkte dat dit niet de koning was, want die vreesde de duivel. De duivel op zijn beurt was echter bang voor de Gekruisigde. Een kluizenaar legde Christoffel uit dat hiermee Christus werd bedoeld en haalde hem over die te dienen. Dat deed hij door reizigers te helpen bij het oversteken van een woeste rivier. Op een dag moest hij een klein kind overzetten, dat gaandeweg steeds zwaarder werd. Het bleek het kindje Jezus te zijn.

De kluizenaar staat links op de oever om Christoffel de weg te wijzen. Rechts op de voorgrond vergaat een schip. De zielen van verdronken opvarenden worden door demonen meegesleept.

Het schilderij is van Zuidnederlandse makelij.

17e eeuw

Bespotting van Christus

Bespotting van Christus

begin 17e eeuw - atelier Frans Francken de Jonge (1581-1642) - 496 x 362 mm

In een kerker staat Christus vastgebonden aan een lage geselkolom. Op de grond liggen geselwerktuigen en de doornenkroon. De scène verbeeld het moment kort na de geseling. Rond Christus staan beulsknechten en schriftgeleerden die hem bespotten. Een van de knechten houdt een rietstengel vast. Die werd Christus als scepter in de handen gedrukt.
Christus aan kruis

Christus aan kruis

17e eeuw - 355 x 520 mm

De verzoeking van de Heilige Antonius

De verzoeking van de Heilige Antonius

1635 - Jacques Callot (1592-1635)

Antonius heft bij de ingang van zijn onderkomen het kruis om zich te beschermen tegen de duivels die hem aanvallen. Overal om hem heen, temidden van omvangrijke ruïnes, krioelt het van demonen in alle mogelijke gedaanten met zowel menselijke als dierlijke trekken. In de lucht bevindt zich Satan zelf als een aan de wolken geketend hellemonster. Uit zijn bek braakt hij een groot aantal kleinere duivels. Links in het midden nadert een macabere stoet. Het is overal hel en verdoemenis. Van alle kanten is er dreiging. De etser uit Lotharingen is aan de geschiedenis van Breda verbonden vanwege zijn uitbeelding van de belgering van de stad door de troepen van Spinola in 1624/1625.
Madonna met kindje

Madonna met kindje

ca. 1700 - Anoniem

Maria en haar kind worden omgeven door een omlijsting van bloemen, korenaren, groenten, fruit en dieren, waaronder diverse vogels, een aapje en een eekhoorn.
Portret Antoni de Mestral

Portret Antoni de Mestral

1693 - Antonie Coxie (na 1650-1720)

Antoni de Mestral was bevelvoerder van een regiment Zwitsers in Nederlandse dienst. Begin 18e eeuw kwam hij met zijn regiment, dat bekend werd als het Régiment de Mestral, veelvuldig in actie onder andere bij de slag bij Oudenaerde (1708), die bij Malplaquet (1709) en bij het beleg van Douai (1710). Hij overleed in 1722 en werd begraven in de Grote Kerk te Breda.
Portret Francois de l'Aubespine

Portret Francois de l'Aubespine

Eerste helft 17e eeuw

Francois de l'Aubespine was een Franse officier in Staatse dienst. Hij was betrokken bij het beleg van Breda in 1625 en ook in 1637. Na de inname van de stad door Frederik Hendrik in 1637 werd hij benoemd tot gouverneur van de vesting Breda. Anoniem, Frankrijk ca. 1640.
Portret Jan Mathijsen Dirven

Portret Jan Mathijsen Dirven

Eerste kwart 17e eeuw

In het stadhuis hingen vroeger vele portretten van voormalige burgemeesters, schepenen en tienmannen. Jan Mathijsen Dirven was een Bredase tienman in de periode 1596-1607 en
schepen in 1608.
 
 

18e eeuw

Behangschildering

Behangschildering

1756 - Dionijs van Nijmegen (1705-1789)

Dit geschilderd kamerbehangsel behoorde tot het interieur van het pand aan de Catharinastraat 18. Vooral sinds het laatste kwart van de 17e eeuw waren interieurbetimmeringen met daarin opgenomen schilderingen in de mode. Met een beetje goede wil kon de bewoner zich wanen in een prieel, gelegen in een villatuin met antieke bouwfragmenten in Italië. In voorname Bredase huizen moeten er vroeger veel bestaan hebben, maar als modegevoelig artikel zijn ze bijna allemaal gesneuveld, vooral in de 20e eeuw.
Ecce Homo

Ecce Homo

18e eeuw - h. 295 mm

Na de geseling wordt Christus door Pilatus aan het volk getoond. Hij is gekleed in een mantel en een doornenkroon.
Dit beeldje is gevonden achter de betimmering van de kerk van Terheyden.

Het beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Heilige Albertus

Heilige Albertus

2e helft 18e eeuw - h. 700 mm

De Dominicaan Albertus, geboren in 1193, doceerde aan de universiteiten van Keulen en Parijs. In 1263-64 trok hij rond om voor een kruistocht te prediken. Hij stierf in 1280 te Keulen. De schrijfveer in zijn hand verwijst naar zijn theologisch geschriften. De heilige draagt een kazuifel.
Het beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Heilige Anna en Maria

Heilige Anna en Maria

begin 18e eeuw - h. 990 mm

De voorstelling Anna-te-Drieën bestaat uit de Heilige Anna met haar dochter Maria en haar kleinzoon Jezus als baby. Het hoofd van het kind ontbreekt. Waarschijnlijk sneuvelde het in 1566 tijdens de Beeldenstorm. Anna bleef tot op hoge leeftijd kinderloos. Op een dag kreeg ze de wonderbaarlijke mededeling dat ze alsnog een kind zou baren. Dat werd Maria, later de moeder van Jezus. Omdat Anna nog twee dochters kreeg, werd ze het symbool van vruchtbaarheid en moederschap. Anna was in de Middeleeuwen een populaire heilige om te vereren. Bij de voorstelling was Anna de centrale figuur en daarom, naar de gewoonte van die tijd, ook de grootste. Het beeld is van Zuid-Nederlandse makelij.
Heilige Familie

Heilige Familie

2e helft 18e eeuw - J.E. Pompe (1743-1810) - h. 1570 mm

Maria is zittend afgebeeld met het Christuskind en Johannes de Doper. Daarachter zit haar nicht Elisabeth. De staande figuur is Sint Joseph. Zijn hand wijst naar boven, naar de Heilige Geest voorgesteld door een duif. Het lam op de voorgrond is een verwijzing naar het latere lot van Christus.
Heilige Johannes Nepomucenus

Heilige Johannes Nepomucenus

18e eeuw - h. 440 mm

Johannes Nepomucenus was een Tsjech die in 1393 werd gedood omdat hij weigerde het biechtgeheim van zijn vrouw te onthullen aan koning Wenceclaus. Na zijn heiligverklaring in 1729 werd hij zeer populair. Hij staat symbool voor het belang van de biecht als sacrament. Daarop berust het vermoeden dat dit beeld een kleine biechtstoel heeft gesierd. Aan de houding van de handen is af te lezen dat het beeld oorspronkelijk een kruisbeeld heeft vastgehouden.
Het beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Heilige Petrus

Heilige Petrus

18e eeuw - anoniem - h. 470 mm

De oude Petrus omklemt het omgekeerde kruis waaraan hij is gekruisigd. Na het kraaien van een haan realiseerde hij zich zijn verloochening van Christus. Toen toonde hij berouw. Vanwege deze christelijke deugd nam Petrus in de periode van de Contrareformatie een bijzondere plaats in rond het sacrament van de biecht.

Deze voorstelling van Petrus gaat terug op een marmeren beeld van Artus Quellinus uit 1660. Het beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Moeder Gods en Christuskind

Moeder Gods en Christuskind

<p class="small-caption"begin 18e eeuw - h. 200 mm

Dit beeldje is een voorstelling van de Onbevlekte Ontvangenis. Maria staat op een maansikkel en vertrapt het symbool van het kwaad: de slang. Het Christuskind staat op een wereldbol die door twee engeltjes wordt ondersteund.

Het beeld is van Zuidnederlandse makelij.
Portret Elisabeth van der Dussen

Portret Elisabeth van der Dussen

1751 - Mattheus Verheyden (1700-1777)

De geportretteerde Elisabeth Aletta Slicher (1727-1769) stamt af van een vooraanstaand Amsterdams regentengeslacht, met vertakkingen in Den Haag en Gouda. Zij huwde met Nicolaas van der Dussen, afkomstig uit een vooraanstaand Delfts regentengeslacht. Het paar kreeg vier kinderen. De oudste zoon Ewoud overleed jong en staat afgebeeld in haar armen.
De kunstschilder Mattheus Verheyden groeide op in Breda en genoot zijn opleiding onder meer bij Hendrik Carré en Charles de Moor in Den Haag. Verheyden heeft meerdere historieschilderijen vervaardigd, maar geniet toch vooral bekendheid als portretschilder. Een tijdgenoot omschreef hem als portrettist van "Luiden van Staet, vermogen en geleertheit". Deze typering is juist, wanneer men zijn oeuvre bekijkt. Mattheus Verheyden past heel goed in de aanloopperiode van de echte Bredase kunsttraditie, die eind 18e eeuw aanvang neemt met de portret- en bloemschilder J.H. Fredriks. Voor die periode betekenen de portretten van Verheyden een verrijking van de Bredase kunstcollectie.
Portret Jean Baptiste Elsen

Portret Jean Baptiste Elsen

1795 - Jan Hendrik Fredriks (1751-1817)

De man op het portret is Jean Baptiste Elsen (1752 – 1826). Hij is niet de naamgever, maar wel de grondlegger van de drogisterij cq. apotheek Smagghe. In het depot bewaart het Breda's Museum de vrijwel complete winkelinventaris. Elsen was een kundig en geletterd man, die zijn wetenschap te boek stelde. Rechts van de geportretteerde staat geschreven: "In 't eerste jaar der Bataafsche Vrijheid 1795". Elsen stond politiek aan de Bataafse kant. Bij omstreden verkiezingen in 1797 werd hij gekozen in de municipaliteit.
Portret Nicolaas van der Dussen

Portret Nicolaas van der Dussen

1750 - Mattheus Verheyden (1700-1777)

De geportretteerde Nicolaas van der Dussen (1718-1770) stamt af van een aanzienlijk 15e eeuws Delfts regentengeslacht met vertakkingen in Holland. Hij huwde met Elisabeth Aletta Slicher, afkomstig uit een vooraanstaand Amsterdams regentengeslacht. Het paar kreeg vier kinderen.
De kunstschilder Mattheus Verheyden groeide op in Breda en genoot zijn opleiding onder meer bij Hendrik Carré en Charles de Moor in Den Haag. Verheyden heeft meerdere historieschilderijen vervaardigd, maar geniet toch vooral bekendheid als portretschilder. Een tijdgenoot omschreef hem als portrettist van "Luiden van Staet, vermogen en geleertheit". Deze typering is juist, wanneer men zijn oeuvre bekijkt.
Mattheus Verheyden past heel goed in de aanloopperiode van de echte Bredase kunsttraditie, die eind 18e eeuw aanvang neemt met de portret- en bloemschilder J.H. Fredriks. Voor die periode betekenen de portretten van Verheyden een verrijking van de Bredase kunstcollectie.
Stilleven met bloemen en fruit

Stilleven met bloemen en fruit

1799 - Jan Hendrik Fredriks

Dit stilleven behoort tot een serie van zes bloem- en fruitstillevens. Fredriks maakte deze doeken vermoedelijk voor de aankleding van een theehuis of herenkamer. De schilder groeide vanaf zijn elfde op in het Burgerweeshuis te Breda. Van het weeshuisbestuur kreeg hij de gelegenheid zich in Den Haag verder te bekwamen in de schilderkunst. Als kunstschilder zou hij zich toeleggen op de vervaardiging van kamerbehangsel, waarvoor de belangstelling groot was.

19e eeuw

Beeld Jan IngenHousz

Beeld Jan IngenHousz

1852 - A. v. S.

Dit beeld stelt Jan IngenHousz (1730-1799) voor. Het is mogelijk een ontwerp voor een standbeeld van IngenHousz in Breda. Op het voetstuk staat te lezen: "J. IngenHousz Breda 1730 Doctor van den keizer van Oostenrijk in 1779". De beeltenis van de dokter heeft in de rechterhand een boek, waarop het woord "pokken", een scherp chirurgenmesje en het jaartal 1799 zijn te zien. Het standbeeld is er nooit gekomen. IngenHousz werd in Breda geboren. Hij studeerde medicijnen en werd arts in Breda. In London leerde hij een vaccin tegen pokken toepassen. Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk besloot haar kinderen door IngenHousz te laten inenten tegen de gevreesde ziekte. Hij verdiende er een benoeming tot lijfarts van de keizerlijke familie mee. Zijn werk op wetenschappelijk gebied was van groot belang. Hij formuleerde als eerste de theorie over de fotosynthese.
Bij de waterput in Dongen

Bij de waterput in Dongen

1869 - Auguste Allebe (1838-1927)

Dit tafereel van een boerenvrouw, die aan de put de was staat te doen met haar kind binnen het blikveld en de verweerde woning op de achtergrond, past in ogenschijnlijk realistische scenes uit het volksleven. Toch verraden de onberispelijkheid van het boerenmutsje en kinderslab Betje de neiging van Allebé om alles mooier voor te stellen dan in werkelijkheid was.
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen veel schilders van de Haagse School naar het dorp Dongen bij Breda. Het Brabantse landschap en het sobere boerenleven waren voor hen geliefde onderwerpen. Auguste Allebé was een van de eerste schilders, die vanaf 1864 regelmatig Dongen bezocht.
Bivak bij Gageldonk

Bivak bij Gageldonk

1832 - Constant Huijsmans (1810-1886)

Constant Huijsmans schildert in romantische stijl. Het huis Gageldonk in de Haagse Beemden beeldt hij af in een on-Nederlands heuvellandschap. De militairen op het doek zijn op bivak. Tijdens de Belgische Opstand van 1830 trokken de troepen in het zuiden samen, omdat de vrees bestond dat de Brabanders de kant van de Belgen zouden kiezen. Huijsmans krijgt het schilder- en tekenvak van huis uit mee. Zijn vader Jacob is tekenleraar aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en directeur van het Stadstekeninstituut. Hij volgt zijn vader in 1835 op aan laatstgenoemd instituut. Constant Huijsmans zet zich vele jaren in voor de verbetering van het tekenonderwijs.
Bloemstilleven met dode roodborst

Bloemstilleven met dode roodborst

ca. 1840 - Hermina van Stipriaan Luïscius (1789-1856)

Hermina van Stipriaan Luïscius kwam als weduwe met haar zoontje naar Breda. Hier woonde ook haar zuster, die gehuwd was met Generaal Seelig. Zij schilderde voornamelijk bloem- en fruitstillevens.
Boerderij in Dongen

Boerderij in Dongen

ca. 1880 - Johannes Klinkenberg (1852-1924

In de tweede helft van de 19e eeuw begonnen schilders van de Haagse School het dorp Dongen bij Breda te bezoeken. Het Brabantse landschap en het sobere boerenleven waren de redenen, dat de schilders de grote rivieren overstaken. Klinkenberg ondernam slecht één reis naar Brabant. De sfeer van het Brabantse landschap in het warme zonlicht is treffend weergegeven.
Buitenplaats de Kleine of Nieuwe IJpelaar te Bavel

Buitenplaats de Kleine of Nieuwe IJpelaar te Bavel

1840 - W.H. Weingärtner (1791-1858)

Het schilderij is gemaakt in opdracht van dr. J.W. de Bruyn (1787-1842), de toenmalige eigenaar van de Kleine of Nieuwe IJpelaar. De Bruyn, die zeer vermogend was, kocht het in 1828 om er een zomerverblijf van te maken. Tot aan zijn dood zou hij huis en landgoed laten verfraaien. De Bruyn gaf Henricus Weingärtner opdracht de Kleine of Nieuwe IJpelaar in viervoud te vereeuwigen. Weingärtner was geen begenadigd schilder. Wel is het aan zijn naïeve stijl en oog voor detail te danken dat er zulke nauwkeurige afbeeldingen zijn van het landgoed. De Bruyns zoon liet de Kleine of Nieuwe IJpelaar in 1866 afbreken en liet iets verderop aan de Seminarieweg voor zijn gezin van dertien kinderen een nieuw bouwen.
Buurtpraatje

Buurtpraatje

1869 - Auguste Allebe (1838-1927)

Auguste Allebé verschoof in zijn werk van een romantische naar een meer realistische benadering. De uitbeelding van het onderwerp moest voortaan "uit het leven gegrepen" zijn. Niet langer de woeste Brabantse natuur, maar de bewoners van die natuur werden het thema.
Op dit schilderij staat een vrouw van middelbare leeftijd met een oudere vrouw te praten. Op de voorgrond staat een handkar met daarin een kind. Op de achtergrond ziet men een gedeelte van een de boerenwoning.
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen veel schilders van de Haagse School naar het dorp Dongen bij Breda. Het Brabantse landschap en het sobere boerenleven waren voor hen geliefde onderwerpen. Auguste Allebé was een van de eerste schilders, die vanaf 1864 regelmatig Dongen bezocht.
De aanbidding der herders

De aanbidding der herders

1845/49 - Petrus van Schendel (1806-1870)

Petrus van Schendel schilderde bijbelse voorstellingen, portretten en vooral genrestukken. Daarmee is hij beroemd geworden: meestal marktscènes bij avond of nacht en met een verlichting door kaarsen of lantaarns. Met dat specialisme maakte hij in heel Europa naam. In Brussel, waar hij lang woonde, noemde men hem met een woordspeling op zijn achternaam "monsieur Chandelle".
De kaartlegster

De kaartlegster

1883 - Suze Robertson (1855-1922)

In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen veel schilders van de Haagse School naar het dorp Dongen bij Breda. Het Brabantse landschap en het sobere boerenleven waren voor hen geliefde onderwerpen. Auguste Allebé was een van de eerste schilders, die regelmatig vanaf 1864 Dongen bezocht.
Suze Robertson, oorspronkelijk van Schotse afkomst, was een leerling van Auguste Allebé. Vanaf 1883 bezocht ze het dorp en maakte tal van schetsen in zwart krijt of met pastel. Deze schetsen werkte zij op haar atelier uit tot het de uiteindelijke voorstelling. De Dongense vrouw Piet Verhoef figureerde als model.
Grafmonument Engelbrecht II van Nassau

Grafmonument Engelbrecht II van Nassau

ca. 1843 - Johannes Bosboom (1817-1891)

Deze aquarel is waarschijnlijk een studie in waterverf voor een schilderij met dezelfde voorstelling. Bosboom verplaatst het monument van Engelbrecht II naar het midden van het hoogkoor in de Onze Lieve Vrouwekerk. Op de achtergrond staat het monument van Engelbrecht I in de zuidelijke kooromgang. Dit is echter niet de werkelijke plaats. Het monument bevindt zich in de noordelijke koorgang.
Grote Kerk en Vismarktstraat te Breda 1857

Grote Kerk en Vismarktstraat te Breda 1857

1857 - E.M.H. - 475 x 325 mm

Afgebeeld is een nog ongeplaveide Vismarktstraat. De stoepen behoorden bij de huizen en waren particulier bezit. De meeste economische activiteiten vonden in dit gedeelte van de stad plaats.
Het pasgeboren kind

Het pasgeboren kind

1886 - Reinhardt Willem Kleijn (1828-1889)

Een jonge, chic geklede moeder rust uit op het terras van haar buitenhuis. De baker zit met het pasgeboren kind op schoot. De baker lijkt door haar kanten muts een boerenvrouw uit de omgeving van Oosterhout of Dongen afkomstig. Op de achtergrond staat een huis afgebeeld. Zo'n soort huis werd in die tijd door de nieuwe klasse van bemiddelde burgers in de directe nabijheid van de stad gekocht of gebouwd. Het schilderij verbeeldt de belangstelling en de contacten van de stedelijke burgers uit Breda met de landelijke omgeving.
Interieur Grote Kerk

Interieur Grote Kerk

ca. 1850 - Bernardus van de Laar (1804-1872)

Het schilderij biedt een inkijk in het zuidelijk transept van het schip van de Grote Kerk. Het toont de hervormde kerkinrichting in het midden van de 19e eeuw. Het gedeelte van de "preekkerk" is door middel van een houten schot en een borstwering afgescheiden van de "wandelkerk". De kerkwanden zijn witgekalkt. Onder meer de muurschildering van Christoffel is hierdoor niet te zien.
Jaarmarkt op de Grote Markt

Jaarmarkt op de Grote Markt

ca. 1863 - Petrus van Schendel (1806-1870)

Nocturnes, ofwel taferelen bij maan- of kaarslicht, waren Van Schendels specialiteit. Dit schilderij is daarvan een voorbeeld. Hij maakte er in heel Europa naam mee. De Grote Kerk en de huizen aan de Grote Markt zijn herkenbaar en heel getrouw weergegeven. De vroegere jaarmarkt was vooral een plaats waar spullen te koop waren, die de rest van het jaar niet of nauwelijks verkrijgbaar waren in de stad. In de kraam links vooraan op het schilderij staan siervaasjes, kandelaars en andere luxe voorwerpen uitgestald. In het lichtschijnsel vanuit die kraam staan de opvallendste figuren van het doek: een meisje in de klederdracht van de Baronie, te herkennen aan de muts met lange flappen, en een jongen in Tiroler dracht. Tirolers waren tot ver in de 19e eeuw vaste gasten op jaarmarkten. Ze maakten muziek en verkochten souvenirs.
Portret generaal Chasse

Portret generaal Chasse

19e eeuw - J.B. Tetar van Elven (1805-1889)

David Hendrikus Chassé (1765-1849) was een militair in hart en nieren. Als 10-jarige al werd hij cadet in het regiment waarover zijn vader het bevel voerde. Vervolgens werd Chassé kapitein in het legertje patriotten, dat vocht tegen de Oranjes. Na verdreven te zijn, week hij uit naar Frankrijk. Daar zette Chassé zijn loopbaan voort in het légion franche Etrangere. De militair vocht ook aan de zijde van Oranje tegen het leger van Napoleon bij de Slag om Waterloo. Zijn grootste roem vergaarde Chassé echter tijdens de Belgische Opstand met een nederlaag. Hij voerde het commando in Antwerpen en verdedigde de citadel. Ondanks verlies, werd generaal Chassé voor de verdediging geprezen. In 1834 kreeg de militair het opperbevel over de vesting Breda. Generaal Chassé is heel lang vereerd als een nationale held. Hij stierf in Breda waar hij bij de hervormde kerk in 't Ginneken is begraven.
Portret generaal Van der Plaat

Portret generaal Van der Plaat

ca. 1813 - Matthijs van Bree (1773-1839)

Generaal Andries Van der Plaat (1761 – 1819) is geportretteerd met links op de achtergrond de stad Breda. Op de kolom rechts van hem staan de plaatsnamen en data te lezen van zijn belangrijkste verrichtingen in Russische krijgsdienst. Nadat Napoleon in 1813 was verslagen, vertrokken de Franse troepen in december uit Breda. De stad kreeg er voornamelijk Russische geallieerde troepen voor terug. Van der Plaat, die ruime ervaring had in het Russische leger werd gouverneur van Breda. Met zijn rechterhand gebaart de generaal naar drie attributen, op het schilderij rechtsonder. Behalve een Russische onderscheiding herinnert ook een vestingkaart aan zijn succesvolle verdediging van de stad tegen de Fransen in 1813. Een gouden snuifdoos houdt Van der Plaat in zijn linkerhand. Hij kreeg deze snuifdoos als dank voor het verdedigen van de stad.
Portret Jan Ernst Wildeman

Portret Jan Ernst Wildeman

ca. 1825

Generaal-majoor Jan Ernst Wildeman (1770-1833) was bevelhebber van de vesting Breda tijdens de Belgische Ostand van 1830. Hij overleed in 1833 en werd begraven in Terheijden. Ten tijde van het tot stand komen van dit portret was hij gevolmachtigde van koning Willem I in Frankfurt. Het portret is door een Duitse schilder gemaakt. Zijn echtgenote Maria Godefride Rumpf Schultens werd in dezelfde periode ook geportretteerd.
Portret Jeannette Houwing

Portret Jeannette Houwing

1894 - Hendrik Maarten Krabbé

Het geportretteerde meisje is Jeannette Houwing. Ze is op dat moment zeven jaar oud. Later zou Jeannette Houwing van 1917 tot 1957 conservator zijn van het Breda's Museum, toen nog het Stedelijk Museum voor Geschiedenis en Oudheidkunde. Haar vader, Wiepko Houwing, controleur van de directe belastingen en het kadaster en tevens een redelijk amateur schilder van landschappen was een goede bekende van Krabbé.
Portret J.C. Huysmans

Portret J.C. Huysmans

ca. 1830 - Constant Cornelis Huysmans (1810-1886)

Jacobus Carolus Huysmans (1776-1859) werd geboren in Breda en stierf op 82-jarige leeftijd in Ginneken. Hij was een leerling van de schilder Jan Hendrik Frederiks. In 1825 werd hij directeur van het Stadsteekeninstituut en combineerde dit vanaf 1828 met een baan als tekenleraar aan de K.MA.
Dit portret is vervaardigd door zijn zoon Constant Cornelis. Constant volgde een opleiding in Parijs. Toen zijn vader blind werd, nam hij diens beide functies over.
Portret Maria Godefride Rumpf Schultens

Portret Maria Godefride Rumpf Schultens

ca. 1825 - Willem George Frederik Heymans

Maria Godefride Rumpf Schultens (1785-1870) was de echtgenote van generaal-majoor Jan Ernst Wildeman. Hij was de bevelhebber van de vesting Breda tijdens de Belgische Opstand van 1830. Wildeman werd in dezelfde periode ook geportretteerd.
Portret Martinus Wijnaendts

Portret Martinus Wijnaendts

1852 - Wiercx van Rhijn

Martinus Wijnaendts (1786-1873) werd in Breda geboren. Zijn vader was een 17-jarige militair, die de moeder met het kind liet zitten. Hij werd tuinmansknecht en ging inwonen bij twee oudere ongetrouwde rijke dames. Na hun overlijden blijkt Martinus erfgenaam van het fortuin. Op latere leeftijd blijkt hij zeer vrijgevig. Hij schonk in 1860 de Nederduits Hervormde Gemeente te Breda een aantal huizen in de Boschstraat voor de verzorging van zieken en ouden van dagen: de Wijnaendts van Stein's Ziekeninrichting en het Bestedelingenhuis van de Diakonie. In 1923 werd hiervoor een pand aan de Oude Vest gekocht waar tot in 2000 bejaarde protestantse dames hun laatste dagen sleten.
St. Annakapel te Heusdenhout

St. Annakapel te Heusdenhout

19e eeuw - Jacob Huysmans (1776-1859) - 630 x 785

Afgebeeld is de 16e eeuwse Sint Annakapel in Heusdenhout. Huysmans gebruikte die als stoffering van een romantisch heuvelachtig landschap.
De schilder Jacob Huysmans was een leerling van Jan Hendrik Frederiks. Hij werd in 1825 directeur van het Stadsteekeninstituut en in 1828 ook tekenleraar op de K.M.A. Toen hij blind werd, nam zijn zoon Constant deze beide functies over.
Stilleven met fruit

Stilleven met fruit

ca. 1835 - Adriana Haanen

Adriana Haanen specialiseerde zich in het schilderen van stillevens met bloemen en fruit. Dit stilleven met kweepeer is een van haar vroege werken waarin de invloed van de laat 18e en vroeg 19e eeuwse bloemschilders domineert. De in Oosterhout geboren Adriana was de jongste dochter van de schilder Casparis Haanen en een zus van Remigius Haanen.
Tiroler landschap

Tiroler landschap

1837 - Remigius Haanen (1812-1894) - 750 x 1000 mm.

Wat doet een Tiroler landschap in het Breda's Museum? Eenvoudig: het schilderij is gemaakt door een streekgenoot. Remigius Haanen werd geboren in Oosterhout bij Breda. Zijn familie bestond uit kunstschilders. Remi ontwikkelde zich vroeg tot landschapsschilder en maakte daarmee internationaal carriere. Dit Oostenrijkse berglandschap is een van de eerste werken uit de periode, dat hij zich definitief in Wenen heeft gevestigd. In de compositie weet Haanen het liefelijke met het imposante van het hooggebergte voortreffelijk te combineren. Bovendien laat hij zien het spel van het licht uitstekend te beheersen.
Zeegezicht

Zeegezicht

Christiaan Cornelis Kannemans (1812-1884)

Christiaan Cornelis Kannemans was zeeschilder en fotograaf. Oorspronkelijk oefende hij de beroepen van huisschilder en glazenmaker uit. In zijn jeugd heeft Kannemans les gehad van de kunstschilder J.H. Fredriks. Hij zond voor het eerst schilderijen in naar tentoonstellingen in Zwolle en Antwerpen. Zijn werk wekte de belangstelling van koning Willem II. Mede dankzij de steun van de koning was Kannemans in staat studiereizen te maken naar de Engelse, Franse en Nederlandse kust en zich te ontwikkelen tot een bekwaam en gewaardeerd schilder van zee-, rivier- en havengezichten. Naast zijn werk als zelfstandig kunstenaar bekleedde hij in Breda twee functies: leraar handtekenen aan de HBS en tekenleraar aan de KMA.
Zelfportret Petrus van Schendel

Zelfportret Petrus van Schendel

1832 - Petrus van Schendel (1806-1870) - 420 x 360 mm

Petrus van Schendel is in 1806 geboren in Terheijden. Hij groeide op in Breda. In 1822 ging hij naar de academie in Antwerpen waar hij les kreeg van de historieschilder Matthijs van Bree. Daarna keerde hij terug naar Breda en woonde afwisselend hier en in Amsterdam. Na 1830 werkte hij in Rotterdam en Den Haag. Hij vestigde zich in 1845 voorgoed in Brussel. Van Schendel overleed in 1870. Hij verwierf grote faam als schilder van markt- en kaarslichttaferelen. Dit genre was in zijn tijd heel populair. Zijn werk verkocht goed, ook op de internationale markt. Op dit portret heeft de 26-jarige Van Schendel zich afgebeeld als ambitieuze jonge schilder. De stijl verraadt zijn bewondering voor de Hollandse fijnschilders uit de 17e eeuw, waaronder Gerard Dou.
Zelfportret Petrus van Schendel

Zelfportret Petrus van Schendel

1869 - Petrus van Schendel (1806-1870) - 1160 x 965 mm

Een jaar voor zijn dood schilderde Van Schendel dit statige zelfportret. Zijn linkerarm ligt opvallend naast een stapeltje boeken. Hij portretteert zich hier als schrijver en wetenschapper.
Naast schilder was hij ook werktuigkundige en uitvinder. In 1841 werd hem octrooi verleend voor zijn uitvinding tot verbetering van de voortstuwing van stoomvaartuigen. Hij schreef werken over het ontginnen van heidevelden in de Kempen en het zijdelings schudden van spoorrijtuigen. Ook publiceerde hij een cursus perspectief voor kunstenaars en een boek over gelaatsuitdrukkingen, geïllustreerd met eigen etsen. Toen hij in 1863 exposeerde in het stadhuis van Breda, schonk hij zijn complete geschriften aan het stedelijke archief. Die zijn helaas gedeeltelijk verloren geraakt.

20e eeuw

Clown met masker

Clown met masker

1933 - J.J. Voskuil (1897-1972 )

Het schilderij is een vreemde combinatie van een landschap, een stilleven en een figuurstuk. Het is een krachtig werk, in kleur en afmeting, indrukwekkend door de melancholie van de lege fles, de mogelijke dronkenschap van de man en de herfst, die weer wordt opgevangen door het lachende masker en de vrolijke kleuren. Clowns en circustaferelen schilderde Voskuil vaker. Clowns waren bovendien een geliefd motief in de jaren dertig van de 20e eeuw. In het werk van Picasso kwamen ze bijvoorbeeld geregeld voor. Jo Voskuil was een geboren en getogen Bredanaar.
Portret Bon IngenHousz

Portret Bon IngenHousz

1923 - Henk Meijer (1884-1970)

Op dit portret kijkt Bonaventura IngenHousz (1881-1953) ons aan. Het is geschilderd door Henk Meijer, een collega van "Bon" IngenHousz aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. IngenHousz was daar van 1918 tot 1946 leraar beeldhouwen. Hij was een telg uit een vooraanstaande Bredase familie, die voornamelijk bestond uit bankiers en artsen. IngenHousz maakte onder ander het bevrijdingsmonument in het Wilhelminapark, dat de overwinning van de Poolse adelaar op de Duitse verbeeldt.
Vernisstokerij Teolin

Vernisstokerij Teolin

ca. 1930 - J.C. Heyenbrock (1871-1948)

Deze pasteltekening stelt de vernisstokerij van de verffabriek Wagemakers-Teolin voor. Dat bedrijf is in 1848 opgericht door Johannes Wagemakers, die zijn timmerbedrijf uitbreidde met een zaak in verfwaren.
J.C. Heyenbrock was een van de kunstenaars, die zich in het begin van de vorige eeuw liet inspireren door de opkomende industrie. Machines en de mensen die ermee werkten, fascineerden hem.
Portret Johanna van den Biggelaar-Appel

Portret Johanna van den Biggelaar-Appel

ca. 1900 - Antoon van Welie (1866-1956)

Johanna Appel (1865-1933) was de echtgenote van Piet van den Biggelaar. Het echtpaar behoorde tot de notabelen van Breda. Gebroeders Van den Biggelaar hadden een stoomkoffiebranderij en theehandel met vestigingen in Breda en Roosendaal. Het bedrijf produceerde koffie onder de merknaam De Moriaen. De kunstschilder Antoon van Welie brak in Parijs door en werd een gevierd portrettist. In Nederland vereeuwigde hij onder anderen Louis Couperus, Willem Kloos en Willem Mengelberg.
Kopie van De overgave van Breda

Kopie van De overgave van Breda

1903 - Kees Maks (1876-1967) - 3077 mm x 3670 mm

Dit is een kopie naar "De overgave van Breda" van Diego Velázquez (1599 – 1660). Het schilderij beeldt de overgave van Breda in 1625 uit. Justinus van Nassau overhandigt de sleutel van de stad aan Spinola, de aanvoerder van de Spaanse troepen. De bijnaam van het schilderij "Las Lanzas" verwijst naar de lansen van de soldaten op de achtergrond. Verder zijn het veroverde Breda en ook de brandende kerktoren van Oosterhout weergegeven. Kees Maks werkte in 1903 acht maanden in het Prado Museum te Madrid aan zijn kopie op ware grootte.
Christuskop

Christuskop

ca. 1929 - Stef Uiterwaal (1899-1960), Glasfabriek Leerdam - h. 270 mm.

De glazen christuskop is vervaardigd in een persmal. Glasfabriek Leerdam had Uiterwaals ontwerp van 1930 tot 1934 in productie. Hij was de eerste beeldhouwer, die door directeur Cochius gevraagd werd een plastiek in geperst glas te maken. De kunstenaar was gespecialiseerd in kerkelijk werk. Uiterwaal leverde de fabriek een madonnabeeldje, naar een rozenhouten origineel. Het zou zijn bekendste ontwerp voor Glasfabriek Leerdam worden. Andere ontwerpen van de kunstenaar voor Cochius' bedrijf stellen een engel met harp, de Heilige Franciscus en de Heilige Theresia voor.
Dear Diego Velázquez

Dear Diego Velázquez

ca. 1989 - Pieter Laurens Mol (1946)

Diego Valázquez is de maker van het schilderij "De overgave van Breda". Het schilderij beeldt de overgave van Breda aan de Spanjaarden in 1625 uit. Justinus van Nassau overhandigt de sleutel van de stad aan Spinola, de aanvoerder van de Spaanse troepen. Op het werk van Pieter Laurens Mol is de sleutel van de stad Breda te zien. Driehonderdvijftig jaar na dato probeert de Bredanaar Mol het "goed" te maken met Velázquez, zijn Spaanse collega. "Dear Diego Velázquez, let's make it up. No more fuss. At last I found the bloody key of my bloody home town", schrijft Pieter Laurens Mol.
De vlucht van Breda

De vlucht van Breda

1940 - Dio Rovers

"De vlucht van Breda", 12 mei 1940, is een van de zwartste dagen uit de geschiedenis van Breda. De Duitsers waren twee dagen eerder Nederland binnengevallen. Op advies van Franse militairen besloot het gemeentebestuur de Bredanaars te evacueren. Vrijwel zonder uitzondering verlieten de inwoners de stad. Meer dan honderd Bredanaars lieten het leven tijdens de vlucht. Bij hun thuiskomst uit België en Frankrijk troffen de Bredanaars hun stad ongeschonden aan.
Na de Eerste Wereldoorlog probeerde Rovers in Breda als lithograaf aan de kost te komen. Hij heeft vervolgens veertig jaar van zijn loopbaan als bouwkundig en kunstambachtelijk medewerker gewerkt aan de restauratie van de Grote Kerk. In zijn tijd gold Rovers als een van de betere kunstenaars van de omgeving. Het werk aan de Grote Kerk heeft hem echter mogelijk weinig ruimte gelaten voor vrije productie.
Ex-libris L. en K. Asselbergs

Ex-libris L. en K. Asselbergs

1951 - M.C. Escher (1898-1972)

De industrieel Ir. C.J. (Karel) Asselbergs had vanaf de jaren 40 in de vorige eeuw zijn eigen privé-uitgeverij "De Eenhoornpers". In 1949 en 1951 werden voor Asselbergs de nieuwjaarswensen in hout gesneden door de later wereldberoemde M.C. Escher. Een bewijs voor zijn kijk op grafiek in een tijd dat deze nog niet door speculanten was ontdekt.
Het Breda's Museum bezit een niet zeer omvangrijke maar aantrekkelijke verzameling van deze kwalitatief hoogstaande privé-pers.
IJzergieterij Touw

IJzergieterij Touw

ca. 1940 - Paul Windhausen (1903-1944)

Het schilderij geeft een impressie van de diverse werkzaamheden op een dag en de arbeidsomstandigheden van IJzer- en kopergieterij Gebroeders Touw. Rechts van het midden bevindt zich de oven. Voor de oven staan gietkasten opgestapeld met daarin de gietvormen, opgebouwd in vormzand. Onder de portaalkraan staat een kernmolen voor het vormen van zandkernen. Rechtsonder ligt een berg vormzand. De schilder Paul Windhausen was afkomstig uit Roermond en gaf tekenles aan het Onze Lieve Vrouwe Lyceum in Breda. Hij sneuvelde als verzetsman op 4 oktober 1944.
Koning Pyrrhus

Koning Pyrrhus

1941 - Niel Steenbergen

Koning Pyrrhus (318 – 273 voor Chr.) stelde na zijn overwinning op de Romeinen, die gepaard ging met enorme verliezen, dat nog zo'n zege hem naar de ondergang zou voeren. Daar komt het begrip "Pyrrhusoverwinning" vandaan. Het beeld van Pyrrhus wordt geflankeerd door zijn moeder Deidameia en zijn grootvader Lycomedes. Niel Steenbergen wordt in Nederland beschouwd als de nestor van de na-oorlogse religieuze beeldhouwkunst en hij was een gewaardeerd penningkunstenaar.
Markdal in winter

Markdal in winter

ca. 1940 - Dio Rovers (1896-1990)

Na de Eerste Wereldoorlog probeerde Roovers in Breda als lithograaf aan de kost te komen. Hij heeft vervolgens veertig jaar van zijn loopbaan als bouwkundig en kunstambachtelijk medewerker gewerkt aan de restauratie van de Grote Kerk. In zijn tijd gold Rovers als een van de betere kunstenaars van de omgeving. Samen met anderen stond hij aan de wieg van de Vrije School voor Beeldende Kunsten, waaruit de kunstacademie St. Joost is ontstaan. Het werk aan de Grote Kerk heeft hem mogelijk weinig ruimte gelaten voor vrije productie.
Portret Charles Stulemeijer

Portret Charles Stulemeijer

1942 - Jan Sluijters (1881-1957)

In 1898 richtten de Rotterdamse gebroeders Frans, Charles en Jacques Stulemeijer de firma F.J. Stulemeijer op in Breda. Aanvankelijk was het een agentuur in stenen en bouwmaterialen, maar spoedig werd het een bouwbedrijf. In 1919 richtte Stulemeijer de Hollandsche Kunstzijde Industrie (HKI) op, later overgenomen door de ENKA. Hij had bovendien grote aandelenpakketten in de Machinefabriek Breda en de bank Van Mierlo. Charles Stulemeijer was in zijn tijd een van de belangrijkste ondernemers van de stad.
Portret Henri 't Sas

Portret Henri 't Sas

ca. 1950 - Leen Douwes (1879-1965)

Het portret in hout is van letterkundige, voordrachtskunstenaar, zanger en journalist Henri t' Sas (1877-1966). De maker, Leen Douwes, was een telg uit een protestantse officiersfamilie. Hij werd geboren op Java. Douwes kreeg in Breda zijn militaire opleiding, waarna hij afwisselend in Nederland en Nederlands-Indië diende. Hij schopte het in het leger tot majoor. Na de Tweede Wereldoorlog keerde Douwes naar Breda terug. Hij was inmiddels met pensioen en legde zich geheel toe op beeldhouwen. Douwes was autodidact. Onder de bewonderaars van Douwes' kunst was Henri t' Sas, die lovend over zijn beeldhouwwerk schreef.
Portret koning-stadhouder Willem III

Portret koning-stadhouder Willem III

1915 - Louis Vreugde (1868-1923)

In 1903 werd een nationaal comité gevormd om in Breda een standbeeld op te richten voor koning-stadhouder Willem III (1650 – 1702). Aan de prijsvraag van het comité namen drie kunstenaars deel: Toon Dupuis, Charles van Wijk en Louis Vreugde. Onderdeel van Vreugdes inzending was dit gipsen portret. Zijn inzending viel als eerste af. Louis Vreugde was afkomstig van Den Bosch en had een atelier in Haarlem. Winnaar werd Van Wijk, maar die overleed voordat hij aan de uitvoering kon beginnen. De opdracht om het ruiterstandbeeld van Willem III te maken ging vervolgens naar Dupuis. Het is in 1921 geplaatst op het Kasteelplein.
Staartmeesje

Staartmeesje

ca. 1935 - Gra Rueb (1885-1972) - h. 110 mm.

Bij het vervaardigen van dierplastieken is Gra Rueb dicht bij de natuur gebleven. Wel heeft ze getracht deze te vereenvoudigen door beperking van details. Ze streefde na het karakter van een diersoort in essentie weer te geven. Haar dierfiguren zijn bovendien lichtvoetig en humoristisch. Gra Rueb had een uitgesproken voorliefde voor de vaderlandse fauna. Ze werd geboren in Breda als dochter van de industrieel J.G. Rueb, directeur van de Machinefabriek Breda v/h Backer & Rueb. In haar kringen was het niet ongebruikelijk dat vrouwen zich artistiek ontplooiden. Wel opmerkelijk is dat Gra Rueb koos voor de beeldhouwkunst, die toch voornamelijk door mannen werd beoefend.
Teun Hocks - beschilderde foto (Zonder titel)

Teun Hocks - beschilderde foto (Zonder titel)

1999 - Teun Hocks

De man achter het bureau is Teun Hocks. Het bureau is een hondenhok en de ketting lijkt te leiden naar een hond, maar die is onzichtbaar. Wie de afbeelding bekijkt, neigt makkelijk naar gedachten als: "Pas op; waag het niet in de buurt van het hok te komen; laat de man achter het bureau met rust". Hocks is niet alleen de man achter het bureau, hij is ook de maker van het werk. Op bijna al zijn beschilderde foto's figureert de kunstenaar zelf. Hij studeerde aan de kunstacademie St. Joost en woonde en werkte daarna nog lange tijd in Breda. Intussen heeft Teun Hocks wereldwijd naam gemaakt.
Veemarkt

Veemarkt

ca. 1930 - Jan Strubbe (1892-1985)

Jan Strube legde zich toe op het weergeven van het Brabantse volksleven en beeldde daarbij de menselijke figuren karikaturaal uit. De kunstenaar is een Amsterdammer, die zich na zijn huwelijk vestigde in een buurtschap bij Breda. Hij werd in de stad en wijde omgeving een populair kunstenaar. In 1933 behoorde Strube met Paul Windhausen, Dio Rovers en Gerrit de Moree tot de oprichters van de Bredase Kunstkring.
Zijkapel van de Grote Kerk Breda

Zijkapel van de Grote Kerk Breda

ca. 1930 - Piet Verhaaren (1906-1979)

Piet Verhaaren bekwaamde zich in tekenen, schilderen en grafiek. Hij raakte echter op jonge leeftijd verlamd aan beide benen. Hierdoor en door huiselijke omstandigheden was hij verplicht om voor de smederij van zijn vader werktekeningen en houten gietmodellen te maken. Dit moment betekende ook het einde van zijn scholing. Piet Verhaaren was erg talentvol, maar toch is zijn naam in geen enkel kunstenaarslexicon opgenomen.
 
 

21e eeuw

Vader

Vader

2005 - Oswald Verhaak (1955)

Het portret van Verhaak is groter dan levensgroot. Door dunne lagen donkere verf zorgvuldig over elkaar heen te plaatsen, door steeds weg te schilderen en weer terug te halen evolueren zijn voorstellingen. Oswald Verhaak maakte begin jaren '90 een ommekeer naar figuratieve kunst. Het ziekteproces en het overlijden van zijn ouders brachten hem tot het portretschilderen.