Edele metalen

15e eeuw

Torenmonstrans

Torenmonstrans

eerste helft 15e eeuw

In de hoogtijdagen van de verering van het Sacrament van Niervaart werd vrijwel zeker in deze monstrans de wonderhostie uitgestald en rondgedragen. Op andere dagen bleef hij veilig opgeborgen.

De monstrans heeft een glazen cilinder. Een aanwijzing dat hij is afgeleid van een reliekhouder. In een dergelijke cilinder werd gewoonlijk een overblijfsel van een heilige bewaard en getoond.

Acht leeuwtjes dragen de langwerpige, achtpuntige voet. De stam is opengewerkt en wordt onderbroken door een nodus met engelenkopjes. Op de stam een ronde plaat, glazen cilinder en steunberen met heiligenbeeldjes. De cilinder wordt bekroond door een bolvormig deksel en een baldakijn.
De monstrans is niet gemerkt. Op grond van de vormgeving als een gotische toren is hij duidelijk van Bredase makelij. In de 15e en 16e eeuw was Breda een belangrijk centrum van edelsmeedkunst.

16e eeuw

Kelk

Kelk

ca. 1600 - h. 218 mm

De achtlobbige voet van deze kelk is versierd met symbolen van de vier evangelisten en scènes uit het lijdensverhaal van Christus. Daarbij staan de lijdenswerktuigen van Christus afgebeeld.

De stijl is een overgang van laatgotiek naar renaissance. De kelk is vervaardigd in Leeuwarden.
Monstrans

Monstrans

1594 - Reinier de Vos - h. 662 mm

Op de achtlobbige voet staat het wapen van de Abt Matthias Valentijns van de abdij van Averbode. Hij heeft deze renaissance monstrans in Diest laten maken. Volgens overlevering is hij geschonken aan het klein seminarie IJpelaar in Breda door de zusters Norbertinessen uit Oosterhout. Dit klooster heeft jarenlang geestelijke verzorging genoten van de paters Norbertijnen van Averbode.

Tussen de zuilen staan beeldjes van de Heilige Nicolaas met een kuip met drie kinderen en van de Heilige Laurentius met boek en rooster. Ter weerszijden van de toren staan beeldjes van de vier evangelisten en in de toren Christus als Salvator Mundi, Redder der wereld.
Reliekkruis

Reliekkruis

15e eeuw - h. 620 mm

In Breda bestond van oudsher een devotie tot het Heilig Kruis. Dit reliekkruis is een overblijfsel daarvan. Het groene heuveltje verwijst naar de Calvarieberg waarop het kruis van Christus heeft gestaan. Aan de uiteinden zijn symbolen van de vier evangelisten aangebracht.

Vermoedelijk is dit reliekkruis vervaardigd in Breda.
Torenmonstrans

Torenmonstrans

ca 1500-1530 - h. 635 mm

In de 15e eeuw ontwikkelde zich in Breda een apart type monstrans, verwant aan het Keuls-Westfaalse type. Karakteristiek voor de Bredase monstrans zijn de gekrulde distelbladeren onder de steunberen. Onder invloed van het wonder van het Sacrament van Niervaart ontstond een omvangrijke productie van deze monstransen, die werden verspreid over het hele Bisdom Luik, waartoe de stad behoorde. Met de reformatie in de tweede helft van de 16e eeuw kwam een einde aan deze productie.
Dit exemplaar werd gemaakt door de zilversmid bekend onder de naam Meester met de vogel. Zijn meesterteken was een vogel.

Aan de voorzijde van de steunberen staan beeldjes van Petrus en Paulus, aan de achterzijde een monnik met boek en vruchten en een vrouwelijke heilige met boek en bokaal. De figuren aan de buitenzijden zijn een vrouwelijke heilige met boek en de Heilige Barbara, patrones van de Grote Kerk. Onder de torenspits staat een madonnabeeldje.
 
 

17e eeuw

Snuifdoos van generaal Van der Plaat

Snuifdoos van generaal Van der Plaat

1813

Deze gouden snuifdoos kreeg generaal Andries Van der Plaat (1761 – 1819) als dank van de stad Breda. Toen de Fransen in 1813 de stad na hun aftocht wilden heroveren, verdedigde de gouverneur met succes de stad. Het weerwerk duurde drie dagen, daarna bliezen de Fransen voorgoed de aftocht. De doos diende voor het bewaren van snuiftabak. Op de binnenzijde van het deksel is gegraveerd: "De stad Breda aan den Heere van der Plaat, Generaal Majoor Gouverneur en Verdediger der Vesting. Dec. 1813".

18e eeuw

Trekpotje

Trekpotje

1738 - Mattheus van de Laar (1712-1790) - h. 12,5 mm.

Dit zilveren thee- of trekpotje uit 1738 is 12,5 cm. hoog en dus erg klein. Dit komt omdat Nederlanders in de 18e eeuw op een andere manier thee zetten dan tegenwoordig. Het gladde, peervormige exemplaar heeft alleen een bladversiering op de tuitaanzet en een profielrand langs de bovenrand van het potje. Het oor en de dekselknop zijn beiden van hout. Het meesterteken van Mattheus van de Laar MVDL staat op het potje. Van de Laar was een belangrijk man in Breda. Hij was tienraad en rentmeester van de Grote Kerk, geldwisselaar, regent van het Armkinderhuis en het Militair Hospitaal en deken en keurmeester van het zilversmidgilde. Voor deze tijd is het Bredase theepotje een gangbaar type.

20e eeuw

Monstrans

Monstrans

1918 - J.H. Brom - h. 864 mm

De monstrans verbeeldt de Boom van Jesse, de stamboom van Christus. Aan de voet zit Jesse, boven hem de harpspelende David. In de bloemvormige houder hoort een hostie: het lichaam van Christus. De edelstenen in de krans hebben de vorm van rozenbottels.